Het trappetjesbos

Bijgewerkt: okt 26

Als klein jongetje van dacht ik rond de 10 jaar ging ik met mijn grote broers weleens naar het trappetjesbos op de Wageningse berg. Deze liep eigenlijk vanaf hotel de Wageningse berg (nu Fletcher Hotel) tot aan de Veerstraat, het pad met de trappetjes zal toch hemelsbreed wel een aantal km lang zijn, best wel een eind. Bij het hotel was het hoogste punt, aan de Veerstraat het laagste.

Vlakbij Hotel de Wageningse Berg ligt de Oranjelaan waar ik op nr. 18 ben geboren, maar dit ter zijde.


Het was best een sport om vanaf de Veerstraat, verscholen achter het huis van de Spanjaarden (logement gastarbeiders), het eerste stuk van het trappetjesbos te beklimmen, toen grote houten balken die ongelijk ver uit elkaar en bovendien stijl omhoog neergelegd waren was op zich al een hele onderneming.

De kisten

Ik had van die kisten aan mijn voeten, ik denk dat ik die moest dragen omdat ik ‘overpronatie’ had, maar daar had ik toen geen kaas van gegeten. Ik vond ze toen zo klein als ik was gewoon irritant, want niemand liep met die dingen.

Maar ze hielpen me wel om mijn broers bij te houden tijdens de klim.

Verderop wordt het wat minder stijl en kijk je in de tuinen van de trots van Wageningen, het Schip van Blauw, een statig huis wat eens in het bezit was en gebouwd in opdracht van de Universiteit. Inderdaad een pareltje.

Plots liggen de trappetjes meer dan een meter uit elkaar en houd het bos op, een groot grasveld wordt zichtbaar. En een groot wit gebouw zo helemaal boven op de berg. Later weet ik wel dat dit het gebouw Landmeetkunde is, ook van de Landbouwhogeschool.

Hèhè, effe liggen op dat gras, het zonnetje schijnt uitbundig. Drinken en eten mee was toen niet, we hadden er ook geen behoefte aan en was heel normaal. Maar ja, ik weet ook niet waarom ik hier nu ineens aan denk, het zal wel omdat wat toen normaal was nu niet meer normaal is zoals zoveel dingen abnormaal gemaakt zijn.


Na een half uurtje springen, voetballen met een kastanje en tikkertje spelen was het weer tijd onze weg te vervolgen.

Honderden trappetjes verder kwam je bij de Westerbergerweg die we moesten oversteken. Ik keek mijn ogen uit, want die weg was helemaal scheef. Later kwam ik er wel achter dat dit de weg naar het lexkesveer was vanaf de Generaal Foulkesweg. Het eerste stukje Wageningen, er schijnt daar al in de 12e eeuw een kerkje te hebben gestaan.

Eenmaal overgestoken ging de klim weer verder door een mooi stukje bos en kwamen we na een stuk trappetjes naar beneden bij de Holleweg aan.

De Holleweg Wageningen

Toen wist ik nog niet dat dit één van de mooiste stukjes Wageningen was en is, de bestrating met de hele oude stenen en hoe de zijkanten van de weg zijn begroeid met statige bomen en weelderig struikgewas in de loop van vele honderden jaren. Deze pracht en praal is in de herfst en besneeuwde winter nog mooier en wel in de overtreffende trap!


Aan de overkant van de Holleweg was het weer fiks klimmen.

Helemaal aan het einde van de klim komt het Arboretum Belmonte in zicht. Daar een prachtig plekje om over de Rijn richting de Betuwe te kijken, wat een uitzicht! Ik heb later op het arboretum vele foto’s gemaakt, uiteraard ook van dat uitzicht. Weer terug naar het laatste trappetje naar beneden en verder richting Renkum.

Daar onderweg kun je mijlenver naar beneden staren en tussen de bomen door kon je de weg van Onderlangs zien. Best eng om van het padje te gaan om eens een spannend kijkje daar beneden te nemen. Ver kwam je niet, er was geen ondergrond, veel verdorde bladeren en het was vreselijk stijl. Maar gauw weer terug naar het padje met veel moeite.


We lopen toch nog maar even door, het hotel laten we links liggen. We lopen naar het stadion, waar

Stadion de Wageningse Berg

voetbalvereniging Wageningen zijn thuishaven had. Nu heet het Stadion Wageningse Berg. Vaak ging ik met mijn vader mee naar de thuiswedstrijden. Ik spaarde sigarenbandjes en iedere keer kwam ik toch met aardig wat bandjes thuis. Of er nu vele oude mannen naar het voetbal kwamen kijken of dat er nu eenmaal veel sigaren werden gerookt weet ik niet.





Hier eindigt de reis van het trappetjesbos van Vakantie in Wageningen. Ik heb deze reis nog vaak gemaakt met mijn eigen gezin, mijn kinderen hadden net zoveel plezier als ik destijds.

Eigenlijk moet ik zeggen: probeer het ook eens, je kunt ook beginnen bij hotel de Wageningse Berg of het Arboretum.

Veel plezier!

Bekijk de foto's en klik erop om te vergroten en de uitleg.